Luister naar het hele gesprek.
De panda vraagt, jij antwoordt. Daarna hoor je jezelf en het voorbeeld.
Jij vraagt, de panda antwoordt. Daarna hoor je jezelf en het voorbeeld.
Is zij dokter?
Zij is dokter.
Is zij jouw mama?
Zij is mijn mama.
Wie is hij (zij)?
Hij (zij) is Baobao.
Ik heb twee grote broers, een grote zus en een zusje.
Ik geef de boompjes water.
Wie is hij?
Hij is mijn grote broer.
Wie is dit?
Dit is mijn oma.
Leer goed pinyin.
Hoeveel mensen zijn er in jouw gezin?
We zijn met z'n drieën: papa, mama en ik.
En jij?
Opa schrijft.
Grote zus skiet.
Dit is mijn familie.
Ik heb een opa, een oma, een papa, een mama, een grote broer, een grote zus, een broertje en een zusje.
Ik hou van mama.






