Luister naar het hele gesprek.
De panda vraagt, jij antwoordt. Daarna hoor je jezelf en het voorbeeld.
Jij vraagt, de panda antwoordt. Daarna hoor je jezelf en het voorbeeld.
Wat is dat?
Dat is een panda.
Is dit een computer?
Dit is een computer.
Welke kleur is dit?
Het is blauw.
Wat is dit?
Dit is de neus van de olifant.
Wat is dit?
Dit is een hand.
Wat zijn dit?
Wat is dat?
Wat zijn dat?






