Luister naar het hele gesprek.
De panda vraagt, jij antwoordt. Daarna hoor je jezelf en het voorbeeld.
Jij vraagt, de panda antwoordt. Daarna hoor je jezelf en het voorbeeld.
Wat eet je?
Ik eet een appel.
Wat eet je?
Ik eet een appel.
Wat drink je?
Ik drink melk.
Heb je honger?
Ik heb een beetje honger.
Ik eet de kleine appel, jij eet de grote appel.
Is de appel lekker?
De appel is een beetje zuur.
Wat eet je graag?
Ik eet graag wortels.










