Luister naar het hele gesprek.
De panda vraagt, jij antwoordt. Daarna hoor je jezelf en het voorbeeld.
Jij vraagt, de panda antwoordt. Daarna hoor je jezelf en het voorbeeld.
Heb je een vlieger?
Ik heb een vlieger.
Wat heeft hij?
Hij heeft een pet en een sjaal.
Hoeveel appels heb je?
Ik heb drie appels.
Heb je ballonnen?
Ja, ik heb drie ballonnen.
Een, twee, drie … negen
Tien!






